U bent niet ingelogd. | Inloggen

Verslag botrytisbijeenkomst woensdag 27 januari

datum: 11.02.10

Door: FloraHolland



Op woensdag 27 januari werd de voorlichtingsbijeenkomst over botrytis in roos gehouden. De bijeenkomst, die georganiseerd werd door LTO Groeiservice en FloraHolland, vond plaats op Kwekerij Rozenhof van Frank Olieman.

 

Tijdens de bijeenkomst werd door de sprekers ingegaan op de eigenschappen van botrytis en de mogelijkheden om deze aantasting te beperken en/of te voorkomen. Deze mogelijkheden zijn deels verbonden aan de eigenschappen van botrytis en roos; ook zijn er methoden die zich richten op de naoogst fase. Duidelijk werd dat continu scherpte en aandacht is vereist! Het botrytis-probleem ontstaat in belangrijke mate al in de teelt.

 

Botrytis nog altijd actueel

Botrytis en rozen is al jaren een veel besproken onderwerp. Helaas moet dit onderwerp voorlopig nog op de agenda blijven. Testresultaten tonen aan dat veel rozen in deze periode van het jaar last hebben van botrytis. Een schimmelaantasting die niet altijd zichtbaar is op de kwekerij, maar zich in de keten en bij de consument ontwikkelt en de sierwaarde en houdbaarheid aantast. Uit proeven is gebleken dat botrytis-aantasting kan leiden tot halvering van de houdbaarheid in dagen.

 

Botrytis altijd aanwezig

De eigenschappen van botrytis maken het onmogelijk te voorkomen dat uw product besmet is. Wel zijn er factoren die de aantasting bepalen. Dit wordt voor een deel bepaald door de eigenschappen van de schimmel. Een ander deel ligt in aan de gevoeligheid van de cultivar. Enkele factoren zijn: gevoeligheid van het gewas, hoeveelheid en conditie van botrytissporen, het seizoen, licht intensiteit (UV), temperatuur, vochtigheid, voeding van de plant, verpakking, hygiëne en voldoende ventilatie.

 

 

Jantineke Hofland-Zijlstra, onderzoeker bij Waganigen UR, ging in op de gewasgevoeligheid van een cultivar voor botrytis. Zij vertelde dat tot nu toe nog geen specifieke resistente genen gevonden zijn in de roos. Maar duidelijk is, door de rasverschillen, dat er meerdere genen voor resistentie zijn. Bij de tomaat is men erin geslaagd resistentie genen te selecteren. Wellicht dat er over een paar jaar tomatenrassen zijn met een verminderde botrytis-gevoeligheid. Dit zou ook mogelijk kunnen zijn bij de roos.

 

De lessen uit het Parapluplan Gerbera werden ook besproken door Jantineke. Hieruit bleek dat bedrijven die in het ene seizoen veel botrytis in hun bloemen hadden, ook in een ander seizoen veel botrytis hadden. Daarnaast is er een positieve relatie geconstateerd tussen de sporendruk en het aantal besmette bloemen. Een gemiddelde sporendruk is al voldoende voor besmetting en geen enkel bedrijf had geen besmette bloemen. De belangrijkste factoren die de aanwezigheid van botrytis in de gerbera verminderden, hadden allen directe invloed hebben op het microklimaat. De belangrijkste factoren waren een hoog vochtdeficit in de nacht (dus een groot verschil tussen de hoeveelheid aanwezige waterdamp en de maximale hoeveelheid waterdamp per m3 lucht) en de aanwezigheid van ventilatoren, lage plantdichtheid, hogere lichtsom – hogere intensiteit groeilicht en de lengte van de nacht.

 

 

Ontwikkeling botrytis; van onschuldige vlek tot bruine bloem. Deze foto’s zijn genomen van dezelfde roos op dag 2 en dag 6.

 

Bestrijding en onderzoek

Jantineke zag geen grote kansen voor bestrijding in de teelt. Chemische middelen zijn slechts beperkt werkzaam en resistentie ontwikkelt zich snel. Daarnaast is er kans op residu en hebben chemische middelen nadelige invloed op de biologische bestrijding van plagen. Ook ziet de Wageningen UR nog niet veel kans voor biologische bestrijding. Dit is namelijk slechts beperkt beschikbaar in verband met de lastige toelatingsprocedure en deze methode werkt het beste preventief. Dit laatste is niet het geval bij botrytis.

 

Onderzoek naar bestrijding in de naoogst is ook een optie die verkend wordt. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de effecten van UV-C en Aquanox. De huidige onderzoekslijnen van de WUR kijken naast naoogst bestrijding, naar 'Het nieuwe telen' waarbij de aandacht ligt op klimaatbeheersing en ventilatie. Plantweerbaarheid is ook een van de onderzoekslijnen.

 

Henk Barendse, teamleider/sr. onderzoeker van het Kenniscentrum Productkwaliteit van FloraHolland ging ook in op de resultaten van de testen die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd bij FloraHolland. Hij stond ook stil bij de verschillende methodes van naoogst conditionering. “Snelle verwerking en een gunstig microklimaat met een lage luchtvochtigheid gaven de beste resultaten bij de testen”, vertelde de onderzoeker. Een relatieve luchtvochtigheid van ca. 80%, continu lichte luchtbeweging en zo weinig mogelijk verpakking om op deze wijze vocht (ook op microniveau) te beheersen. Vochtbeheersing leidt tot Botrytis-beheersing.

 

In samenwerking met kwekers en het Productschap Tuinbouw werkt FloraHolland daarom aan een botrytis-monitor op aanvoerderniveau. Het betrouwbaar en tijdig voorspellen van een botrytisaantasting op partijniveau is vooralsnog niet mogelijk. Maar we weten uit ervaring dat er wel verschil is in de mate van aantasting op aanvoerderniveau over een aanvoerperiode. Dit weten we vanuit de vele vaasleven-testen die bij FloraHolland worden verricht onder andere bij ‘Houdbaarheid Getest’. Het idee is om een monitor op aanvoerderniveau te ontwikkelen op basis van het vaasleven-resultaat, aangevuld met een ‘botrytisstress-test’ (een test van drie dagen onder Botrytisgunstige omstandigheden), over een bepaalde tijdsperiode.

Het onderzoek naar de mogelijkheden voor deze monitor loopt vanaf november 2009 tot en met april 2010. Een deel van de activiteiten wordt gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. Verwacht wordt dat in mei/juni van 2010 een antwoord kan worden gegeven op de onderzoeksvragen. Deze monitor (en de voortvloeiende grotere kwaliteitszekerheid) is onderdeel van een pakket van maatregelen waarmee FloraHolland de roos weer wil verankeren in de harten van de consument.

 

Kenniscentrum Productkwaliteit FloraHolland

 

Ontwikkelingen van de huidige middelen

UV-C

Arne Aiking van Clean Light ging in op de technologie om botrytis met UV-C licht te bestrijden. Het is technisch mogelijk UV-C licht in lage doseringen toe te dienen, zodat dit geen gevaar of schade berokkent aan mens, dier en plant. Slechts enkele seconden zou volstaan. Met deze techniek is het mogelijk ontkiemende sporen te doden, voordat de sporen de plant zijn binnengedrongen. Dat betekent, dat niet alleen botrytissporen, maar ook bijv. het wit daarmee bestreden kan worden. Het betekent echter ook dat de behandeling vaak herhaald moet worden. In de praktijk komt het neer op 1 keer per dag, indien men dit in de kas zou doen. Deze techniek lijkt toepasbaar bij een mobiel teeltsysteem, waarbij een vaste opstelling onderdeel kan uitmaken van de loep die het systeem maakt. De UV-C techniek wordt bij vijf bedrijven toegepast, waarvan een potrozenbedrijf nog het meeste raakvlak heeft met de rozenteelt.

 

 

 

Testopstelling met UV-C

 

Aquanox

Jan Reinders, vertegenwoordiger van Aquanox, gaf een toelichting op deze techniek. Hierbij wordt een zoutchloride oplossing (water, waterstofperoxide en zout) ter plaatse gemaakt uit water en zout en vervolgens in een lage concentratie in een heel fijne nevel in het gewas gebracht. Hierdoor wordt de luchtvochtigheid niet beïnvloed.Deze methodiek en dit middel hebben geen toelatingsnummer nodig volgens de wet bestrijdingsmiddelen. Deze techniek heeft een brede werking op pathogenen, dus ook het wit. De toediening duurt enkele tientallen seconden, afhankelijk van de dosering én tijdens een donkerperiode; de frequentie is 1 à 2 keer per week. De vertaalslag naar de praktijk lijkt complex: het opschalen van de tot nu toe gebruikte technologie naar de omvang van een professioneel rozenbedrijf lijkt op dit moment een lastige hobbel om te nemen. Aan een opstelling voor de boslijn wordt nog niet gedacht.

 

 

Testopstelling met Aquanox

 

Gerberas onbehandeld en behandel met Aqunox. Links onbehandeld, daarna een behandeling van 5,15 en uiters rechts 25 minuten 

 

Signaleringsysteem Sygenta + Lets grow

Switch is een middel van Syngenta wat in de teelt wordt ingezet om botrytis te bestrijden. Dit middel heeft een preventieve en curatieve werking. Om het gebruik van het middel te beperken is een voorspellingsmodule ontwikkeld wat kan helpen bij het bepalen van het juiste spuitmoment. Deze hebben een voorspellingsmodel voor botrytis in de teelt ontwikkeld. Op basis van dit model, dat werkt op de klimaatinstellingen en de gegevens van de meetboxen in de kas, kan worden voorspeld wanneer de botrytisdruk boven een door de teler gewenst niveau uitkomt. Via de signalering kan de teler besluiten om tot een bespuiting met bijv. Switch uit te voeren. Onderkend wordt dat de nauwkeurigheid van deregistraties met de meetboxen afhankelijk is van de intensiviteit van het aantal meetboxen. De voorspellingsmodule wordt ook zonder het product Switch aangeboden.

In de discussie rondom deze methodiek ging Peter van Weel van Wageningen UR in op Enthalpie. Dit geeft de warmte-inhoud weer van de lucht bij een bepaalde combinatie van temperatuur en luchtvochtigheid. De verhoudingen tussen Enthalpie-waarden binnen en buiten de kas geven een goed signaal af over de botrytisdruk: hoe kleiner de verschillen, hoe groter het risico.

 

Eigenschappen botrytis

  • zeer algemeen voorkomende schimmel;
  • een brede reeks van waardplanten, meer dan 200. Komt ook voor op dood materiaal;
  • verspreiding met sporen (grote aantallen) door de lucht;
  • sporen zijn overal: zelfs boven de zee (300 tot 1500 per m3 lucht);
  • ontsnapping aan sporen is onmogelijk;
  • ingrediënt water is nodig voor sporenkieming (een relatieve luchtvochtigheid die hoger is als 93% is voldoende);
  • sporen zuigen zich vol en gaan zich ontwikkelen;
  • optimale kiemtemperatuur tussen de 18°C en 23°C graden. Maar kieming is ook mogelijk bij 0°C en 4°C bijv. in de koelcel. De ontwikkeling verloopt dan trager;
  • op wonden kunnen de sporen bij lage temperatuur kiemen;
  • kiemende sporen scheiden stoffen af die bloemdelen aantasten, zodat de schimmel naar binnen kan groeien;
  • door kiemen geïnfecteerd weefsel wordt zacht en verrot;
  • bij gunstige omstandigheden duurt de cyclus slechts enkele dagen. Bij minder gunstige omstandigheden kan de ziekte weken latent aanwezig zijn;
  • buiten de kas overwinteren ingekapselde rustsporten in de grond, in opslag of in afvalhopen. In het voorjaar, onder invloed van licht ontstaan dan grote hoeveelheden nieuwe sporen.

Klik hier om dit bericht naar een collega door te sturen.

Nieuws LTO Groeiservice

Resultaten 1 tot 25 van totaal 113

1

2

3

4

5

Volgende